Onderzoeken

Bloedonderzoek

Het bloedonderzoek spoort aandoeningen op die zeer schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van je kind, zelfs voor het is geboren. Bijna altijd is behandeling mogelijk, waardoor de kans kleiner wordt dat je kind ziek wordt. Je verloskundige of gynaecoloog zal je zwangerschap nauwkeurig volgen om de gevolgen voor jouw kind zoveel mogelijk te beperken.

Wil je wat meer weten over het bloedonderzoek klik dan hier.

 

NIPT (non-invasieve prenatale test)

De NIPT onderzoekt DNA. In het bloed van de zwangere zit ook een klein beetje erfelijk materiaal (DNA) van de placenta (moederkoek). Dit DNA is bijna altijd hetzelfde als dat van het kind. Het laboratorium kan zo onderzoeken of het kind down-, edwards- of patausyndroom heeft.

Wanneer gebeurt het onderzoek?

U kunt de NIPT krijgen vanaf 11 weken zwangerschap.

U krijgt de uitslag binnen 10 werkdagen nadat het bloed is afgenomen. In de eerste weken na de invoering van de NIPT kan de uitslag langer duren door de enorme drukte bij de laboratoria 15-20 dagen.

De NIPT kan ook andere aandoeningen vinden. Dit heet: nevenbevindingen

Het laboratorium kan ook andere chromosoomafwijkingen vinden bij het kind, in de placenta (moederkoek) en zeer zeldzaam ook bij de zwangere zelf. Dat noemen we nevenbevindingen. 

Er zijn verschillende soorten nevenbevindingen: van heel ernstige tot minder ernstige aandoeningen. Van elke 1.000 zwangeren die kiezen voor de NIPT, krijgen ongeveer 4 vrouwen te horen dat er een nevenbevinding is. Om zeker te weten om wat voor nevenbevinding het gaat, is vervolgonderzoek nodig, meestal een vruchtwaterpunctie of vlokkentest. Wilt u meer weten over de nevenbevindingen klik dan hier.

Wil je meer informatie over de NIPT www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl of www.meerovernipt.nl

 

De combinatietest

Onderzoek naar de kans op Downsyndroom wordt gedaan met de combinatietest. Deze test bestaat uit een combinatie van twee onderzoeken:

1. een bloedonderzoek bij de zwangere, tussen 9 en 14 weken zwangerschap;

2. de nekplooimeting. Dat gebeurt met een echo die gemaakt wordt tussen 11 en 14 weken zwangerschap.

De uitslagen van bloedtest en nekplooimeting, in combinatie met de leeftijd van de moeder en de precieze duur van de zwangerschap bepalen hoe hoog de kans is op een kind met Downsyndroom en sinds april 2010 ook een kans op trisomie 13 (syndroom van Patau) en trisomie 18 (syndroom van Edwards).

Dit onderzoek brengt geen risico's met zich mee voor moeder en kind.

Er zijn wel kosten aan het onderzoek verbonden die meestal niet worden vergoed door de zorgverzekeraar.

Wil je wat meer weten over de combinatietest klik dan hier. De folders is in meerder talen te downloaden.

 

De 20 weken echo (SEO)

De 20-weken echo wordt ook wel structureel echoscopisch onderzoek genoemd. Hoofddoel van de 20-weken echo is onderzoek naar de eventuele aanwezigheid van een open rug of een open schedel. Bij deze echo wordt uitgebreid gekeken naar de ontwikkeling van de organen van het kind. Hierbij kunnen ook andere lichamelijke afwijkingen worden gezien. Verder wordt gekeken of het kind goed groeit en of er voldoende vruchtwater is. Niet alle afwijkingen worden gezien op de echo.

Wil je wat meer weten over de 20 weken echo klik dan hier.

 

Prenatale Diagnostiek

Dit is een invasieve vorm van onderzoek, waarbij er DNA materiaal van je kindje weggehaald wordt. Je komt hier alleen voor in aanmerking zodra de NIPT geen goede uitslag heeft. Dit is een zeer betrouwbaar onderzoek. Dit kan op 2 manieren:

* De vlokkentest

* De vruchtwaterpunctie

Dit onderzoek brengt wel risico's met zich mee voor moeder en kind.

Wil je wat meer weten over de vlokkentest klik dan hier.

Wil je wat meer weten over de vruchtwaterpunctie klik dan hier.

Copyright © 2017 SVBOZ Alle rechten voorbehouden